Gebakken ganzenlever met appel en kweepeer





2 kweeperen
1 appel (golden)
30 gram honing
6 sneetjes honingkoek
1/2 liter melk
2 eieren
100 gram fijne suiker
6 lapjes eendenlever (100 gram per persoon)
versgemalen peper
enkele mespunten fijn zout
15 gram ongezouten boter

Schil de appel en snij hem in vieren.
Schil ook de kweeperen en snij ze in dobbelsteentjes met een zijde van drie centimeter. Breng water aan de kook en doe de kweepeerblokjes erbij, samen met de helft van de suiker en de schillen (de kweeperen krijgen er na het koken een mooie kleur van). Laat 30 minuten zachtjes razen en giet af.
Doe de honing in een warme braadpot en laat die karameliseren. Doe de zachte kweepeer erbij en bewerk alles met een klopper tot een puree. Doe nu de appelen erbij en laat 20 minuten zachtjes koken tot het vocht in de compote is verdampt. Snij de honingkoek in twee driehoekjes, vermeng de melk, de eieren en de rest van de suiker en laat de honingkoek er 2 minuten in weken (laat het eiermengsel er goed intrekken, dan blijft de honingkoek beter heel bij het bakken).
Smelt een boterklontje in een hete koekenpan en bak de honingkoek aan weerskanten één minuut tot ze mooi bruin ziet.
Verhit een andere pan tot hij goed heet is en leg er de lapjes ganzenlever in. Bestrooi met wat zout, laat één minuut bakken, draai om en zet het vuur af. De pan is nog heet genoeg om het bakproces te beëindigen.
Verdeel de honingkoekdriehoekjes over de borden, leg de ganzenlever erop en werk af met een toefje appel- en kweeperencompote.